Psychoanalyse
Psychoanalyse omvat theorievorming over individueel menselijk gedrag en ervaring, gericht op het psychisch functioneren van de mens en de ontwikkeling van kind tot volwassene.
Daarnaast duidt men met het woord psychoanalyse ook een behandelingswijze aan, gebaseerd op psychoanalytische theorieën en uitgangspunten.
Fundamentele uitgangspunten van de psychoanalyse zijn:
- Elk mens is uniek en heeft een unieke innerlijke beleving en betekenisgeving.
- In ieder mens zijn factoren die buiten het bewuste weten om zijn of haar gedachten en gedrag beïnvloeden (onbewuste processen).
- De onbewuste processen worden voor een belangrijk deel gevormd door de ervaringen uit de vroegste jeugd. Het verleden is mede vormend voor het denken, voelen en doen in het heden.
- Binnen deze onbewuste processen zijn er dynamisch onbewuste processen, dat wil zeggen dat mensen bepaalde gedachten en gevoelens verdringen vanuit conflicterende krachten: tegenstrijdige wensen en verlangens die in hen leven.
Er bestaan tegenwoordig verschillende analytische theorieën en stromingen die ieder een ander accent leggen. De psychoanalytische theorie is in de loop der tijd meervoudig geworden, er zijn verschillende stromingen binnen de psychoanalyse met elk hun eigen accenten over de ontwikkeling en wat daarin belangrijk is.
Achtergrond
De termen psychoanalyse/psychoanalytisch verwijzen zowel naar een methode van onderzoek (de analyse van de psyche of menselijke geest) als naar de behandelmethode die psychoanalyse is gaan heten. Sigmund Freud legde rond 1900 de basis voor de psychoanalytische theorie en de behandelmethoden die op grond daarvan ontwikkeld zijn, zoals psychoanalyse en verschillende vormen van psychoanalytische psychotherapie, individueel of in lange of korte groepsvorm.
In de ontwikkeling ervan zijn de psychoanalytische theorie en praktijk voortdurend getoetst en aangepast aan nieuwe inzichten. Dit gebeurde op basis van de ervaringen van psychoanalytici en psychoanalytisch psychotherapeuten en door onderzoek naar de ontwikkeling van het kind.
Hoe werkt een psychoanalyse?
Een psychoanalyticus probeert als behandelaar samen met zijn patiënt te weten te komen hoe onbewuste patronen van invloed zijn op de relaties, het gedrag en de gevoelens van de patiënt. Hij probeert ook te begrijpen hoe deze patronen zich ontwikkeld hebben. Stel u bent patiënt, dan kunt u zich de behandeling als volgt voorstellen.
Op de bank
U komt vier of vijf keer per week drie kwartier bij de analyticus en ligt daar op een bank. Uw analyticus zit in een stoel achter de bank en vraagt u om te proberen alles te zeggen wat er in u opkomt. Als u zich overgeeft aan die innerlijke stroom van gedachten, gevoelens en fantasieën, keert u zich als het ware af van de buitenwereld en gaat meer naar binnen. Allerlei gedachten en gevoelens, waar u zich voor schaamt of die u in het dagelijkse leven misschien als onbelangrijk of onzinnig verwerpt, krijgen zo meer aandacht. U komt in een wat andere belevingswereld terecht, die anders is dan wanneer u gewoon met iemand praat.
Rol analyticus
De analyticus luistert zo neutraal mogelijk naar alles wat u naar voren brengt en probeert ook te onderkennen wat dit bij hemzelf oproept. Soms vraagt de analyticus u iets en van tijd tot tijd legt hij u voor wat hij meent te zien. Bijvoorbeeld de betekenis van een bepaalde gedraging of van een bepaald gevoel. Ook komen regelmatig zaken aan bod die zich afspelen in het contact tussen patiënt en analyticus.
Duur en verloop
Een psychoanalyse loopt meestal over een aantal jaren (bij het PIN gemiddeld vijf jaar). In een goed lopende psychoanalyse krijgt de patiënt een hechte band met de analyticus, waarin het mogelijk is om over pijnlijke en beschamende dingen te praten. De duur en de frequentie van de therapie geven de cliënt gelegenheid onbewuste conflicten en problemen grondig te verwerken. In het contact met de analyticus komen de problemen waar de patiënt mee worstelt tot uitdrukking. Zo kan de patiënt zijn problemen niet alleen verstandelijk, maar ook emotioneel verwerken en gaan begrijpen. Soms (her)beleeft hij (pijnlijke) ervaringen van vroeger.
Resultaat
Een psychoanalyse richt zich net als een psychoanalytische psychotherapie op verandering en het laten ontstaan van een nieuw evenwicht op basis van doorleefd inzicht, van waaruit de patiënt zelf verder kan. Geleidelijk worden de onbewuste patronen in iemands gedrag en gevoel duidelijk. De patiënt gaat zijn binnenwereld meer serieus nemen en beter begrijpen. Dat leidt tot vermindering van klachten, soms ook tot een gevoel van opluchting en bevrijding, maar ook tot een andere manier van met zichzelf omgaan. Het gevoel van eigenwaarde van de patiënt en zijn innerlijke vrijheid kan daardoor toenemen. Hij kan daardoor steviger in de wereld staan. Wie meer naar binnen durft te kijken, weet ook duidelijker waar hij staat en waarom hij bepaalde keuzes maakt. Dat geldt in relaties, maar ook in het werk of in de studie. Zo kan het leven van een patiënt dan ingrijpend veranderen, zowel innerlijk als in de contacten met anderen.